Nederland draagt twintig culturele objecten over aan Indonesië die tijdens de koloniale periode onrechtmatig uit het land zijn meegenomen. Het gaat onder meer om de diamant van Banjarmasin, een handgeschreven koran, historische manuscripten en bijzondere grafstenen.
Achttien objecten werden beheerd door het Wereldmuseum en twee door het Rijksmuseum. Uit onderzoek bleek dat bij alle twintig sprake was van onvrijwillig bezitsverlies.
De teruggave is een belangrijke stap in de erkenning van historisch onrecht en roept ook vragen op over het behoud en de bestemming van cultureel erfgoed. Voor mensen met wortels in voormalig Nederlands-Indië is dit een actueel onderwerp binnen het bredere gesprek over koloniale geschiedenis en herinnering.
